Over de Stadsschouwburg


Een kleine geschiedenis

De kapitaalkrachtige Haarlem mecenas Jan Krol wilde rond 1914 de stad graag een cadeau geven. Het was de toenmalige burgemeester Sandberg die Krol adviseerde om zijn geld te doneren voor een nieuwe stadsschouwburg. De oude schouwburg in de Jansstraat voldeed namelijk steeds minder en werd als armoedig gezien. Krol wilde dit wel, maar op twee voorwaarden: dat hij niet bekend werd gemaakt als mecenas en dat de opdracht zou gaan naar architect J.A.G. van der Steur. Pas in 1964 werd bekend dat Krol de geldschieter was. Jan Krol leeft nog steeds voort als naamgever van de terugkerende J.C. Krol Soirees, oftewel een fondsenwerfdiner waarbij Stadsschouwburg & Philharmonie Haarlem donateurs probeert te vinden voor speciale projecten. Helaas heeft Krol de opening van de Stadsschouwburg niet kunnen meemaken, hij overleed in 1916.

In 1918 ging de schouwburg feestelijk open met het stuk ‘De heks van Haarlem’ van Frederik van Eeden. Direct al na opening werd de schouwburg één van de meest toonaangevende theaters in Nederland. De meest in het oog springende bloeiperiodes waren de jaren ’60 en ’70 uit de vorige eeuw toen Toneelgroep Centrum haar thuishaven had in Haarlem en in de schouwburg de ‘’hipste’’ premières van Nederlands plaatsvonden. Freek de Jonge en Bram Vermeulen startten hun theatercarrière in de schouwburg en Herman van Veen kreeg volop de mogelijkheid programma’s uit te proberen. Het gebouw kent op dit moment wederom een bloeiperiode. Na een langdurige renovatie is de Stadsschouwburg springlevend en onder meer bekend als smaakmakend premièretheater.

Wat is er nieuw in de Stadsschouwburg?
Vrijwel exact 90 jaar na de opening van de Stadsschouwburg Haarlem heropende de schouwburg op vrijdag 26 september 2008 haar deuren. Op 30 september 1918 opende de Stadsschouwburg met het stuk De Heks van Haarlem, dat Frederik van Eeden speciaal voor de nieuwe Stadsschouwburg had geschreven. De Haarlemse toneelschrijver Ad de Bont zet deze traditie voort met een nieuw geschreven werk: Batte, een eigenwijze musical. In de periode tussen De Heks van Haarlem en Batte is er veel veranderd in de Stadsschouwburg. De meest intensieve verbouwing heeft de laatste vijf jaar plaatsgevonden, maar het is de moeite waard. Architect Erick van Egeraat heeft de Stadsschouwburg prachtig gerenoveerd en aangepast aan de eisen van deze tijd. Het gebouw kan weer 90 jaar mee.

Gevel
Wat natuurlijk meteen opvalt aan de gerenoveerde Stadsschouwburg is de monumentale toneeltoren aan de achterkant van het gebouw. Erick van Egeraat heeft met deze toneeltoren duidelijk een verband gelegd met de Bavo Kathedraal aan de overkant van het water. Heel speciaal zijn de ornamenten van keramiek gemaakt door Babs Haenen. Keramiek aan de buitengevel was in de jaren ’20 zeer trendy en u ziet het dan ook verwerkt in het voorgebouw. Babs Haenen heeft zich duidelijk laten inspireren door het oude keramiek. Wat meteen opvalt aan de binnenkant zijn de kleurige mozaïekwanden die Erick van Egeraat door het hele gebouw heeft aangebracht. Dit is een ferme knipoog naar de jaren waarin architect J.A.G.van der Steur het gebouw ontwierp.

Ingang en garderobe
De ingang van de Stadsschouwburg blijft op het Wilsonsplein, maar bevindt zich nu iets onder straatniveau, gelegen aan een prachtig schuin aflopend plein, een ideaal nieuw ontmoetingspunt . Direct bij de entree is de Kassa van de Stadsschouwburg. Direct na de ingang vindt u de garderobe waar het vroeger nog wel eens dringen was, daar is nu geen sprake meer van.

Het Schellinkje
Beneden aan de rechterkant is de nieuwe lift. Deze lift bevindt zich in het voormalige trappenhuis naar het 2e balkon, het schellinkje. Het schellinkje had vroeger een aparte ingang, zodat het volk zich niet kon mengen onder de gegoede burgerij. Dankzij deze achterhaalde tweedeling, hebben wij nu de mogelijkheid met een lift het gebouw overal voor iedereen toegankelijk te maken.

Jos Brink Foyer
In de voormalige ingang is nu een nieuwe foyer gecreëerd, die het historische gebrek aan foyerruimte enigszins compenseert. Deze nieuwe foyer is genoemd naar de in 2007 overleden theatermaker Jos Brink, die in de jaren ’70 en ‘80 bijna al zijn stukken in deze schouwburg in première liet gaan. Daarnaast was hij zeer begaan met het lot van het gebouw.

Bonbonnière
De zaal van de Stadsschouwburg, de kern van het rijksmonument, is volledig in oude luister hersteld. Het goud op de wanden, het rode pluche (658 stoelen) en de door Boudewijn Groot en Anja Bak geschonken kroonluchter doen de bonbonnière aan. Ook de ornamenten rondom het toneel zijn terug. Het prachtige plafond is volledig gerestaureerd. De toneelopening is iets vergroot, het achtertoneel en de zijkanten zijn behoorlijk uitgebreid, zodat het voor de acteurs niet meer dringen is in de coulissen.

Spiegelfoyer
Bij het 1e balkon is de Spiegelfoyer in ere hersteld. Net zoals alle andere onderdelen in de schouwburg is de Spiegelfoyer gerestaureerd zonder dat er rigoureus is gesloopt. Er is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de oude elementen. De raampartijen bijvoorbeeld zijn dezelfde uit 1918. Groot verschil met vroeger is dat de bars nu aan de korte zijden staan van de foyer en niet meer voor de ramen, zodat er vrij uitzicht is over het Wilsonsplein. In deze foyer kan de bezoeker geregeld aanschuiven bij de Gulle Tafel.

Torenfoyer
Neem ook eens een kijkje in de Torenfoyer bij het tweede balkon. Uit dit voormalige kantoortje is een verdieping uitgebroken en omgebouwd tot een kleine foyer. Het roze schittert u tegemoet en hier kunt u duidelijk zien dat iedere verdieping een eigen sfeer heeft, van ouderwetse chique tot het post modernisme van deze tijd.

Achtergebouw & toneeltoren
Dit is het domein van de acteurs, actrices, cabaretiers, zangers, danseressen en musici. Verboden gebied voor de bezoeker, maar toegankelijk voor publiek tijdens één van de theatrale rondleidingen. Hier ging het eigenlijk allemaal om. Het toneel was te klein, kleedkamers waren er te weinig en er was geen ruimte meer om de decors te herbergen. Deze problemen zijn nu allemaal de wereld uit. Aan de achterkant is een speciale ingang voor vrachtwagens die door middel van een enorme lift het achtertoneel kunnen oprijden. De toneeltoren is 24 meter hoog met voldoende plaats voor licht en decor. Het best bewaarde geheim van het achtergebouw is misschien wel het grote repetitielokaal met dezelfde dwarsdoorsnede als de toneelopening in de grote zaal. Hier kunnen theatergroepen in alle rust hun producties voorbereiden. Niet alleen professionele groepen kunnen dit lokaal huren. Ook de amateurs zijn van harte welkom.

Voor meer informatie lees het boek Het Geschenk van Ko van Leeuwen & Wim de Wagt.

Winkelmandje

U heeft geen voorstellingen in uw winkelmandje.

Er is iets misgegaan met het laden van dit evenement. Probeer het later nogmaals.