Over de Philharmonie

Een kleine geschiedenis
De voorloper van de huidige Philharmonie is de herensociëteit de ‘Vereeniging’. Deze sociëteit werd opgericht door vierentwintig Haarlemse ondernemers. De heren waren allen zogenaamde nieuwe ondernemers die vermogend waren geworden door de zegeningen van de industriële revolutie. Zij hadden de behoefte om elkaar te ontmoeten maar ook met elkaar te ontspannen. In 1856 werd daartoe een pand aangekocht in de Lange Begijnestraat. De sociëteit (nu grotendeels de huidige Blauwe Zaal) kende een biljart- en speelkamer en een tuin waar een kolf- en kegelbaan was. De sociëteit bleek al snel in een behoefte te voorzien. Reeds in 1857 werd om de hoek- in de Lange Begijnestraat- een dubbel herenhuis aangekocht en verbouwd, waarbij ook een zaal voor concerten en andere evenementen in gebruik werd genomen.

Het ledental groeide en het aantal activiteiten ook. De ‘Vereeniging’ had behoefte aan een grote concertzaal voor ca 1.300 bezoekers, zij kocht de gehele Lange Begijnestraat en Wijde Appelaarsteeg op. Architect A. van der Steur ontwierp de concertzaal die in 1873 zijn deuren opnende. Noviteit was de koffiekamer speciaal voor de dames. Na 1900 liep het ledental van de Vereeniging terug. Bestuur en leden besloten het pand in 1920 te verkopen aan de gemeente en zich te vestigen in een nieuw pand aan de Zijlweg (de sociëteit bestaat nog steeds). Na de overname kreeg het gebouw de naam ‘Gemeentelijk Concertzaal’ het latere ‘Concertgebouw Haarlem’. Het aanbod bleef echter niet alleen beperkt tot klassieke muziek. De uitbaters van het Concertgebouw organiseerden er circus, pluimveetentoonstellingen, bloemenshows, turndemonstraties en bokswedstrijden. Een eerbetoon aan de familie Deinum die van 1929 tot en met 1964 de scepter zwaaide in het Concertgebouw en de Stadsschouwburg hangt in de Grote Foyer (een pictografie van de kunstenaar Eric J. Coolen).

Oud versus nieuw
In juli 2001 sloot het Concertgebouw Haarlem zijn deuren en startte architect Frits van Dongen van de Architekten Cie een ambitieus verbouwingsproject. Dit resulteerde op vrijdag 14 oktober 2005 in de opening van Philharmonie Haarlem. Een perfect evenwicht tussen restauratie en nieuwbouw met als markering het glas waarmee de nieuwbouw bekleed is. Dit glas is bedrukt met een grafische notatie die kunstenaar Karel Martens maakte van de compositie ‘Klokken voor Haarlem’ van Louis Andriessen.

Een van de beste kamermuziekzalen van Europa
De grote 'Eye-cather' in de vernieuwde Philharmonie, maar meer nog geluidgever, is de Kleine Zaal. Aan de buiten- en binnenzijde is de zaal helemaal gemaakt van hout, wat deze intieme klankkast tot een van de beste akoestische zalen in Europa maakt. Deze zaal heeft 420 plaatsen en mag daarom niet echt een kleine zaal genoemd worden.

Grote Zaal met klassieke sfeer
Frits van Dongen heeft in de Grote Zaal de klassieke sfeer uit de begintijd teruggebracht met prachtige ornamentiek en ramen. Sinds 2013 is de Grote Zaal flexibel: de stoelen zijn mobiel en de vloer kan naar beneden, wat betekent dat de zaal geheel kan worden ingericht naar de wensen van de bespeler, gebruiker of huurder.

Foyer als klassiek marktplein
Bij het ontwerp van De Grote Foyer had Frits van Dongen een marktplein in gedachte. In het centrale gedeelte van de foyer bevindt zich het atrium met een prachtig ruimtelijk effect. De foyer brengt oud en nieuw samen met aan de ene kant de originele gevel met de donkerrode bakstenen en aan de andere kant de glazen gevel met uitzicht op het gerechtsgebouw. De vloer is van donkergrijs natuursteen, een vloer die je ook in de klassieke steden ziet.

Van Beinum en Van Warmerdam
De andere klassieke foyers zijn genoemd naar twee Haarlemse cultuurmakers. De van Beinum Foyer dankt zijn naam aan de legendarische Eduard van Beinum die in 1927 dirigent werd van de Haarlemse Orkest Vereeniging, De Van Warmerdam foyer is genoemd naar Peter van Warmerdam, toneelmeester in de jaren ’40 en ‘50 in de Stadsschouwburg Haarlemse en regisseur en decorontwerper voor diverse Haarlemse amateurgezelschappen. Zeven jaar woonde hij met zijn gezin (o.a. Alex en Marc) boven de dienstwoning (nu de Van Warmerdam Foyer) in het Concertgebouw.

Het Cavaillé-Coll-Orgel
Een belangrijk bijkomend motief voor de gemeente Haarlem om in 1920 over te gaan tot aankoop van het complex van de ‘’Vereeniging’’, was de kwestie van de schenking van het orgel. Adriaan Stoop en Julius Bunge, twee vermogende en weldoende inwoners van Bloemendaal en Aerdenhout, waren in 1915 in de gelegenheid om dit orgel aan te kopen. Het orgel, gebouwd door de bekende Franse bouwer van romantische orgels, Cavaillé-Coll, werd in de zeventiger jaren van de 19e eeuw in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam geplaatst. Dit gebouw was, tot het gereed komen in 1888 van het Concertgebouw, de belangrijkste grote concertruimte aldaar. Nadien raakte gebouw en orgel in verval, met als uiteindelijk gevolg dat genoemde heren met de gemeente Haarlem overeenkwamen dat dit Cavaillé-Coll-orgel in de grote concertzaal van de sociëteit “Vereeniging’’ geplaatst zou worden, nadat dit complex door de gemeente zou zijn aangekocht. Dit orgel van wereldklasse is gelijktijdig met de verbouwing van de Philharmonie geheel gerestaureerd.

Voor meer informatie lees het boek 'Van Herensociëteit naar Philharmonie' van Peter Bruyn.

Winkelmandje

U heeft geen voorstellingen in uw winkelmandje.

Er is iets misgegaan met het laden van dit evenement. Probeer het later nogmaals.