terug naar top

Geschiedenis

In het carré Klokhuisplein/ Lange Begijnestraat/ Wijde- en Nauwe Appelaarsteeg en Damstraat staat achter de Grote Markt en Grote Kerk en in het centrum van Haarlem concertzaal de Philharmonie, voorheen Concertgebouw.

De ‘Vereeniging’
In het midden van de 19e eeuw (1856) werd in een café in de Wijde Appelaarsteeg de mannensociëteit “Vereeniging” opgericht, een club die werd en nog steeds wordt gekenmerkt door haar banden met de Haarlemse bouwwereld.
De sociëteit bleek al snel in een behoefte te voorzien. Reeds in datzelfde jaren werd om de hoek- in de Lange Begijnestraat- een dubbel herenhuis aangekocht en verbouwd, waarbij ook een zaal voor concerten en andere evenementen in gebruik werd genomen. Na enkele decennia van groei in het aantal sociëteitsaktiviteiten begon zich het verlangen naar een echte grote concertzaal te doen gevoelen.
Inmiddels waren steeds meer panden in de Lange Begijnestraat en Wijde Appelaarsteeg in het bezit van de ”Vereeniging” gekomen, zodat bestuur en leden het in 1872 snel eens waren in een besluit tot verbouwing en uitbreiding van het complex en het bouwen van een grote concertzaal voor 1300 bezoekers. Deze zaal werd gebouwd door de architect A. van der Steur en in gebruik genomen in juni 1873. Aanpassingen en verbouwingen van het voorgebouw aan de Lange Begijnestraat vonden nog plaats in resp. 1882 en 1894, voornamelijk om redenen van een nog steeds voortgaande groei in ledental en aktiviteiten, waardoor er meer aparte ruimtes en zalen nodig waren. Er was ook een koffiekamer waar de dames zich konden verpozen. Laatstgenoemde verbouwing van 1894 completeerde het in de aanhef genoemde carré.
Maatschappelijke veranderingen die zich sinds de eeuwwisseling gingen voordoen hadden ook hun weerslag op het reilen en zeilen van de ‘’Vereeniging’’. Bleef de sociëteit de eerste decenia nog het culturele middelpunt van Haarlem, in 1920 moest toch tot de verkoop van het complex aan de gemeente Haarlem worden overgegaan, mede omdat het aantal leden terugliep, maar ook omdat de gemeente een meer gerichte cultuurpolitiek wilde gaan bedrijven. De sociëteit liet toen een nieuw pand neerzetten aan de Zijlweg.
Concertgebouw Haarlem
Het Concertgebouw werd nadien in opdracht van de gemeente geëxploiteerd door pachters, tot aan het einde van de jaren zestig, toen het denken over cultuur zodanig was geëvalueerd, dat de gemeente het moment gekomen achtte om op een directere en stimulerende wijze cultuur te gaan bedrijven. Daartoe werd toen Peter de Lohr aangezocht om een tot zelfstandige stichting omgevormde Stadsschouwburg en Concertgebouw te gaan leiden, een functie die hij - tot aan zijn veel te vroege dood in 1983 - met enthousiasme, kunde en gevoel voor stijl heeft uitgeoefend. Gedurende zijn directoraat ontstonden de zgn. 3-fase-verbouwingsplannen voor het Concertgebouw. De eerste werd verwezenlijkt in 1973, toen achter de grote zaal hoognodige kleed- en verblijfsruimtes werden gebouwd. In 1977 volgde de tweede fase: een aanpassing van de grote zaal aan eisen van deze tijd, waaronder een naar achter laten oplopen van een nieuwe zaalvloer (t.b.v. betere zichtlijnen), nieuwe bestoeling en uitbreiding van het balkon naar de lange zijden van de zaal. Hierdoor werd de visuele aantrekkingskracht van de zaal vergroot, waarbij geen afbreuk werd gedaan aan de in binnen- en buitenland veel geroemde akoestiek. Fase 3 omvatte een uitbreiding van foyer, verplaatsing van de ingang van de Lange Begijnestraat naar het Klokhuisplein, en een zodanige verbouwing van de tuinzaal (kleine zaal) dat er op een betere manier gelijktijdig in kleine en grote zaal geprogrammeerd kon worden, iets wat tot dan toe niet goed mogelijk was. Deze afsluitende verbouwing kwam in 1986 tot stand.
 
Het Cavaillé-Coll-Orgel
Een belangrijk bijkomend motief voor de gemeente Haarlem om in 1920 over te gaan tot aankoop van het complex van de ‘’Vereeniging’’, was de kwestie van de schenking van het orgel. Ir. Adriaan Stoop en Julius Bunge, twee vermogende en weldoende inwoners van Bloemendaal en Aerdenhout, waren in 1915 in de gelegenheid om een zich tot dan toe in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt bevindende orgel aan te kopen.
Dit orgel was gebouwd door de bekende Franse bouwer van romantische orgels, Cavaillé Coll en in de zeventiger jaren van de vorige eeuw in het Paleis voor Volksvlijt geplaatst. Dit gebouw was, tot het gereed komen in 1888 van het Concertgebouw van Amsterdam, de belangrijkste grote concertruimte aldaar.
Nadien raakte gebouw en orgel in verval, met als uiteindelijk gevolg dat genoemde heren met de gemeente Haarlem overeenkwamen dat dit Cavaillé-Coll-orgel in de grote concertzaal van de sociëteit “Vereeniging’’ geplaatst zou worden, nadat dit complex door de gemeente zou zijn aangekocht. Hetgeen geschiedde.

De verbouwing van Concertgebouw Haarlem
“Zoek het perfecte evenwicht tussen restauratie en nieuwbouw om Haarlem en Noord-Holland te voorzien van een centrum van muzikale uitmuntendheid en landelijke allure.” Dat was de opdracht die de Gemeente Haarlem en Stichting Stadsschouwburg & Concertgebouw in 1999 gaven aan Frits van Dongen van de Architekten Cie. In juli 2001 sloot het Concertgebouw zijn deuren en begon een van de meest ambitieuze verbouwingsprojecten van concertzalen in Nederland.
De Grote Zaal is volledig gerestaureerd, inclusief het internationaal bekende Cavaillé-Coll orgel. Frits van Dongen: "We hebben de klassieke zaal teruggebracht met die fantastisch mooie ornamentiek en ramen. De zaal heeft een prachtige akoestiek. Wij zijn ervan overtuigd dat die met de verbouwing alleen maar beter wordt. Beter, omdat we het volume vergroten en onder andere voor de verstrooiing van het geluid de klassieke ornamentiek erin terug brengen. Hierdoor wordt de sfeer in de zaal ook beter".
Er is een nieuwe Kleine Zaal gebouwd met een amfitheaterachtige opstelling van podium en stoelen. Van Dongen: "De Kleine Zaal is aan de buiten- en aan de binnenzijde helemaal van hout. We hebben met het hout een warme atmosfeer gemaakt. De buitenkant is rechthoekig en aan de binnenkant is de zaal naar alle kanten afgerond, warm en intiem. Eigenlijk een doos met verrassingen.”
De nieuwbouw is in zijn geheel met glas bekleed, bedrukt met een grafische notatie van de compositie Klokken voor Haarlem van Louis Andriessen. Het werd gespeeld tijdens het openingsconcert op vrijdag 14 oktober 2005. De nieuwbouw is verbonden met de oudbouw door de Foyer. In het centrale deel van de Foyer bevindt zich een atrium, met een prachtig ruimtelijk effect. "Als je in de Foyer staat zie je aan de ene kant de gevel met de donkerrode bakstenen van de oudbouw. Aan de andere kant zie je de glazen gevel met uitzicht op het gerechtsgebouw en de nieuwe Kleine Zaal. De vloer is van donkergrijs natuursteen, een vloer die je ook in de klassieke steden ziet. Zo wordt de Foyer in het gebouw een soort marktplein", aldus Van Dongen.
Een drietal in grootte variërende salons in de oude bouwstructuur completeren met hun klassieke ambiance het karakter van de nieuwe Philharmonie: een totaal muziekgebouw voor Haarlem en Noord-Holland.
Philharmonie 2000_foto C.vanDijke
Restauratie Cavaillé-Coll orgel

Behalve het gebouw is ook het Cavaillé-Coll orgel volledig gerestaureerd. In de negentiger jaren was er zoveel achterstallig onderhoud dat het bijna tot onbespeelbaar verklaard was. Na een twee jaar durende restauratie door orgelbouwer Flentrop, financieel gesteund door de Rijksmonumentenzorg en de gemeente, is vanaf februari 2006 dit in Nederland unieke concertorgel in zijn oude 19de-eeuwse luister klinken.
 
Nieuwe naam: Philharmonie Haarlem
Sinds 2005 heeft het volledig gerenoveerde concertgebouw in Haarlem een nieuwe naam: Philharmonie Haarlem. De grondige verbouwing en restauratie is een opstap naar een geheel vernieuwd concertpodium in Haarlem.

Waarom Philharmonie Haarlem? Het woord ‘philharmonisch’ is van Griekse oorsprong en betekent letterlijk ‘de toonkunst minnend’. De naam verwijst naar de Collegia Musicae en de sociëteiten in de 18de en 19de eeuw, waarin het Concertgebouw ook zijn oorsprong vond. In die tijd was het grote mode Frans, Grieks of Latijn te gebruiken in de naamgeving. Vele sociëteiten noemden hun muziekafdeling ‘Harmonie’ of ‘Philharmonie’. Voorbeelden daarvan zijn onder andere Philharmonie Royale Roermond (1777), Société Philharmonique Tilburg en Koninklijke Philharmonie Breda (1840).

terug naar top

Kaarten kopen?
Ga naar het programma >

T 023 - 512 12 12
ma t/m vr 10 -14 uur

Start at Rabobank
Grote Houtstraat 5, voor kaartverkoop Stadsschouwburg & Philharmonie. Let op: alleen met pin betalen is mogelijk!

Blijf op de hoogte
Aanmelden nieuwsbrief >