Interview Eric Koller
03 juli

JE MOET ME ERVAREN
Eric Koller, cabaretier zonder woorden, op Humorologie
Met zijn fysiek woordeloos cabaret is Eric Koller (35) een buitenbeentje in het Nederlandse stand-up- en cabaretwereldje dat voornamelijk gedomineerd wordt door scherpe maatschappijkritische tirades en kleinkunst. Komend seizoen toert deze ‘man van elastiek’ langs de Vlaamse culturele centra met zijn best-of show ‘Fool Koller’ maar op Humorologie, het driedaags humorfestival dat vanavond van start gaat in Marke, brengt hij al een exclusieve try-out van zijn nieuwe voorstelling ‘Hippopotomonstrosesquippedaliofobie’. – Door Liv Laveyne –
Hippowat? Koller lacht. “Het is de wetenschappelijke term voor ‘angst voor lange woorden’. Dat net die fobie zo’n lange naam krijgt, vind ik op zich al een wrede grap.” Angst voor woorden heeft hij niet, maar op het podium laat Koller ze toch liever achterwege: “Woorden worden gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd, een lichaam liegt niet: beweging heeft een helderheid in betekenis, althans voor wie zich oefent in het leren zien,” vindt Koller die deze zomer met zijn “humor zonder taalgrens” ook aantreedt op het gerenommeerde Edinburgh Fringe Festival.
Kollers elastieken lichaam en mimiek leverden hem het etiket van de ‘Nederlandse mister Bean’ op, een vergelijking waar hij niet onverdeeld gelukkig mee is “maar mensen hebben nu eenmaal nood aan houvast, een referentiepunt om iets te duiden. Waar Rowan Atkinson echter een typetje speelt, blijf ik altijd Eric Koller: zij het soms als een hond en het volgende moment als Jan Klaassen.” En dat mag je – check de youtube filmpjes op internet - behoorlijk letterlijk nemen: zijn imitatie van een hond die met een bal speelt, is schrikbarend geloofwaardig. En net als de marionet Jan Klaassen lijkt hij geen botten in zijn lijf te hebben wanneer hij de Michael Jackson moonwalk doet of een cowboy in de wind speelt. Veel trainen hoeft Koller niet te doen: “Het is niet zo dat ik elke ochtend totaal zen drie kwartier lang met mijn benen in mijn nek lig. Kennelijk beschik ik over een aangeboren lenigheid, ik werd zelfs afgekeurd voor mijn legerdienst omdat ik teveel speling op mijn gewrichten heb,” lacht hij.
Menskritisch
Op de wintereditie van Humorologie, eind januari dit jaar, kreeg Eric Koller een staande ovatie van het Vlaamse publiek en bracht er een schrijnend-grappige scène waarin hij als een oud ventje met een handdroogrekje als houvast het podium oversteekt. “De humor die ik breng noem ik liever ‘menskritisch’ dan ‘maatschappijkritisch’. In plaats van in te hakken op instituten en allerlei grote wereldproblemen, registreer ik het alledaagse leven: de stuntelende mens, schoon in zijn hoogstpersoonlijke maar universeel herkenbare tragikomedie.” “Het voordeel van geen woorden te gebruiken, is dat elke toeschouwer zijn eigen verhaal kan vormen. De reacties op die scène waarin ik een oud ventje speel, verschillen dan ook enorm: jonge mensen vinden dat ik de draak steek met bejaarden, bejaarden zelf vinden het ontroerend herkenbaar en toeschouwers van middelbare leeftijd zien vooral de tristesse omdat ze hun ouders zo weten aftakelen.”
“Mijn inspiratie komt steevast vanuit beweging, en dat schuilt vaak in kleine details: zit ik op het toilet en zie ik in de hoek een spin een web weven dan gaat mijn fantasie met mij op hol en vraag ik me zaken af als zou die spin ook op vaste uren werken, zichzelf een dag verlof gunnen en waar is haar toilet in het web?”
Grappig zijn
“Als kind mocht ik altijd langer opblijven wanneer Toon Hermans, Herman Van Veen en Freek De Jonge op televisie te zien waren en later op de middelbare school vormde ik met enkele medeleerlingen een cabaretgroepje. Toen ik de magie van het podium voelde, wist ik het zeker: ik wil cabaretier worden.” Koller studeerde af als theatermaker aan de Hogeschool voor Kunsten in Utrecht. In 1995 won hij de juryprijs op het Groninger Studenten Cabaretfestival en een jaar later het Amsterdams Kleinkunstfestival. “Ik schreef me in omdat ik mijn buik vol had van het gemakzuchtige cabaret dat ik rond me zag: een pineut uit het publiek halen en de huid vol schelden, dat is toch zonde van het podium? Het feit dat ik op de toneelschool mijn bekomst had gehad van het oeverloos doorlullen over de kunst, heeft wellicht meebepaal dat ik woordeloos cabaret ben gaan maken,” lacht Koller die ook workshops commedia del’arte en clownerie volgde. “Een traumatische ervaring,” herinnert hij zich. “We kregen les van een Zwitserse clown, Nader Farman. Hij liet je voor de klas staan, zei: ‘Make us laugh’ en daar stond je dan. Het huilen stond me vaak nader dan het lachen maar hij heeft me wel een belangrijke les geleerd, namelijk dat ‘grappig’ een staat van zijn is: grappig doen, is nooit grappig; grappig zijn, is dat wel.”
Hordelopen
“Het lijkt misschien een contradictie maar comedy is een serieuze bezigheid,” vindt Koller. “Mensen vragen me wel eens of het niet vervelend is om voor de tweehonderdste keer dezelfde scène te moeten opvoeren. Dat is het niet: omdat je elke keer weer een grap zo moet zien te plaatsen dat het publiek even hard lacht als de avond ervoor. Het is als hordelopen: je moet je voet op tijd afzetten, je been hoog genoeg tillen, je andere been moet gestroomlijnd volgen, je moet perfect neerkomen en al meteen weer je pas uitmeten om de volgende horde te nemen. Het is streven naar de perfecte looptechniek.”Voor ‘Fool Koller’, de best of-show waarmee de Nederlandse cabaretier volgend jaar langs de Vlaamse culturele centra toert, werkte hij samen met regisseur Peter De Jong (van het cabaretduo Mini & Maxi). “Toen Peter me voorstelde om scènes die ik in de loop der jaren gebracht had, opnieuw te spelen, voelde ik daar eerst niet veel voor, maar het is mijn meest leerzame programma ooit geweest. Elke stap heeft zijn functie, geen beweging is teveel. Daarom zie ik er altijd ongelooflijk tegenop om nieuwe scènes in elkaar te boksen: omdat je gewoon weet dat je die perfectie nooit van meet af aan bereikt. Russische clowns trainen een leven lang op een act van een kwartiertje, maar dat materiaal wordt dan ook tot in de puntjes geperfectioneerd. Ik ben ervan overtuigd dat visuele comedy die rijptijd nodig heeft maar daarvoor is geduld nodig en dat heb ik soms te weinig.”
Niettegenstaande Koller ruim twaalf jaar op de planken staat en op veel lof bij pers en publiek kan rekenen, is hij lang zo geen klinkende naam als pakweg Hans Teeuwen of Theo Maassen. Dat heeft volgens Koller vooral te maken met het feit dat hij geen woorden gebruikt: “Ga je naar een optreden van Theo Maassen zien en vragen je collega’s je daags nadien op het werk: ‘En hoe was Theo?’ dan volstaat het om enkele van zijn grappen na te vertellen. ‘En Koller wat deed die?’ ‘Nou eh, hij deed een hond na.’ Tja, daarmee overtuig je geen mensen. Je moet me gewoon komen zien en me ervaren.”
De Morgen – 27 juni 2008

